Moelijke termen uitgelegd
NB: alle woorden in cursief worden toegelicht
aliasing
kwaliteitsverlies op het scherm veroorzaakt door de beperkingen van een uitvoerapparaat (zoals een printer of een monitor); wordt ook wel “jaggies” genoemd.
Typerend doet aliasing (vervorming)zich voor in de vorm met puntige hoeken bij bitmap-onderwerpen en teksten, speciaal langs diagonale lijnen.
alpha channel
een 8-bit data channel, dat sommige programma’s gebruiken voor het identificeren van delen van images om filters en speciale effecten te gebruiken.
Analoog video
Video gekenmerkt met 25 frames per seconde, 768 beeldpunten op 576 lijnen, 44kHz stereo audio. Maar ook andere opties zijn mogelijk. Een analoog signaal is een signaal dat continu variabel is. Deze signalen worden op de videoband vastgelegd. De gemeten waarden worden niet omgezet naar digitale waarden. Vergelijk de nauwkeurigheid zoals bij een klok met wijzers en met een digitale klok; hiermee is een vastlegging duidelijker
Anamorf
“Oude of gewone” TV’s (en beamers) geven het beeld weer in de verhouding 4:3.
Breedbeeld wordt weergegeven als 16:9 verhouding.
Op DVD’s worden de bioscoopfilms in breedbeeld weergegeven; dus op 16:9.
Ze zijn ook ANAMORF opgeslagen. Hierbij is een breedbeeldfilm verticaal uitgerekt. Er gaat dan minder beeldmateriaal verloren aan de zwarte balken en blijft dus meer detail van het originele beeld behouden.
Bekijk je zo’n film (dus anamorf aangemaakt) op een normale 4:3 TV of beamer dan wordt het beeld weer samengeperst en verschijnen de zwarte balken. Hierdoor klopt weer de originele beeldverhouding 16:9. Op een breedbeeld TV wordt het anamorf aangemaakte (dus opgerekte) beeld door de DVD-speler niet samengeperst. Het blijft daarmee op 16:9 en dus zonder verlies van verticale beeldlijnen. Het resultaat is dat anamorf materiaal 33% scherper is op een breedbeeld TV dan op een standaard TV (4:3).
anti-aliasing
een methode van vloeiende jagged hoeken in bitmap-images. Dit wordt bereikt door het blenden van de hoeken met pixels die gelijke kleur als de achtergrond hebben en zo de overgang minder zichtbaar maken.
aspect ratio
het verband tussen breedte en hoogte in een images of video. Keeping aspect ratio wil dus zeggen, dat verandering van de ene waarde tegelijk de andere waarde overeenkomstig wijzigt. Bij conventionele TV is de aspect ratio 4 : 3; bij Breedbeeld TV 16 : 9.
authoring
het samenstellen van een filmmontage naar een vastlegging op een DVD, samen met een menu voor het kiezen van een hoofdstuk.
bit
het kleinste element in een computer geheugen. Vermelding ‘bits’ wordt gebruikt om bijvoorbeeld informatie van de kleur van pixels in een images vast te leggen. De tabel toont het verband tussen bit en de haalbare kleuren in een image:
1- bit : elke pixel kan slechts zwart of wit zijn,
8-bits : elke pixel kan slechts 1 van de 256 kleuren of grijs schakeringen zijn,
16-bits : elke pixel kan slechts 1 van de 65.536 kleuren zijn,
24-bits : elke pixel kan slechts 1 van de 16,7 miljoen kleuren zijn.
Bij audio geeft 16 bit aan dat het geluid is gedigitaliseerd met 16 bits per sample (monster); dit is 216 = 65.536 waardes. Dit komt overeen met CD-kwaliteit. 12-bit audio komt overeen met spraak kwaliteit. Voor klassieke muziek opnamen wordt een bitwaarde 20 gebruikt (1.048.576 waardes per sample).
bitmap
een image gemaakt op basis van een verzameling dots of pixels gerangschikt in rijen; ook wel als raster images. “Bitmapped” verwijst naar images of tekst in een bitmap format. Dit in tegenstelling tot het vector format .
blue ray
norm voor DVD’s en branders. De gegevens worden op twee lagen opgeslagen, waardoor de opslagcapaciteit toeneemt naar 7,9 GB.
brandpuntsafstand
de afstand vanaf het middelpunt van de lens tot aan het brandpunt; dit is het vlak waar het beeld op zijn scherpst is. De afstand (f) wordt in mm aangegeven.
Een groothoeklens (met een korte brandpuntsafstand) heeft een veel grotere scherptediepte dan een telelens (met een grote brandpuntsafstand).
brightness
een beschrijving van hoe helder een image is; ook wel aangeduid als luminace. De twee uitersten van brightness zijn zwart en wit: zwart vertegenwoordigt 0% brightness, terwijl wit 100% brightness vertegenwoordigt.
byte
8 bit = 1 Byte. Dankzij het 2-tallig (digitaal) stelsel is 23 = 2 x 2 x 2 = 8.
N.B. de hoofdletter B voor de aanduiding Byte; dit in tegenstelling met de kleine letter b voor bit.
1 kB = 1.024 B (= 210 B ); dit is 2% meer dan de aanduiding kilo = 1.000.
1 MB = 1.048.576 B (220 B) ; dit is 5% meer dan de aanduiding Mega = 1.000.000.
1 GB = 1.073.741.824 MB ; dit is 7% meer dan de aanduiding Giga = 1.000. 000.000. Een als 80GB aangeduide harde schijf is in werkelijkheid 74.505.805.596 B groot
capturen
het inlezen van Analoog of Digitaal video en audio signalen naar digitale waarden die via software kunnen worden bewerkt.
Bij Digitaal Video wordt het beeldmateriaal vanuit de camera 1 op 1 naar de harde schijf gekopieerd zonder aanpassingen. Het materiaal blijft native DV.
Bij analoog video kan bij het capturen aanpassing van de eigenschappen (beeldformaat, brightness, saturation, e.d.) van het materiaal plaatsvinden. De mate van compressie is instelbaar.
CCD (Charge Coupled Device)
de beeldchip (-sensor) in camera’s dat het optische beeld vastlegt voor opslag. De chip bestaat uit een zeer groot aantal licht- en kleurgevoelige cellen. De eigenschappen worden aangegeven in het aantal vast te leggen pixels. De kwaliteit van de CCD wordt bepaald door de grootte van de chip (bij consumenten camera’s 1/4 of 1/3 inch) en het aantal pixels. Bij een 1,2 MPixel CCD worden voor elke kleur bij een 4 : 3 aspect ratio ca 730 beeldpunten op 540 beeldlijnen vastgelegd. Bij een 450.000 pixel CCD is dat ca 448 beeldpunten op 336 beeldlijnen. In de hogere klasse camera’s wordt voor elke primaire kleur een aparte CCD toegepast. Bij professionele camera’s worden grotere CCD’s (1/2 of 2/3 inch) toegepast.
channel
een van de componenten om een kleur model te maken. Het HSB color model bijvoorbeeld bestaat uit hue, saturation en brightness channels. Stereo audio files gebruiken dus ook channels om aan te duiden welk geluid bestemd is voor de linker of de rechter luidspreker.
Stereo audio files gebruiken ook channels om aan te duiden welk geluid bestemd is voor de linker of de rechter luidspreker.
chrominance
gebruikt in het HSB color model samen met de waarde van hue en saturation de waarde van de kleur aan te duiden.
clip
een file of andere data dat in de video timeline geplaatst wordt voor editing.
clipboard
een tijdelijk opslag gebied dat door alle Windows programma’s wordt gebruikt om data gedurende knip-, kopie- of plak-handelingen vast te houden. Elke nieuwe data die op het clipboard wordt geplaatst vervangt direct de bestaande data.
cloning
vervangt een deel van een image binnen dezelfde image, of tussen verschillende images.
CMOS
een beeldchip waarbij per pixel de spanningswaarde wordt bepaald (bij een CCD gebeurt dit op het einde van een reeks pixels). Hierdoor vindt bij de CMOS-chip al bij de opname o.a. ruisreductie, versterking en/of interpolatie plaats, zodat latere nabewerking minder nodig is. Een CMOS heeft een laag stroomverbruik; het productieproces is eenvoudiger en daarmee goedkoper
CMYK
een color model primair gebruikt bij het afdrukken waarbij elke kleur bestaat uit gevarieerde mate van cyaan, magenta, geel en zwart. Cyaan is blauw en groen, Magenta is rood en blauw, Yellow is rood en groen kleurcombinatie. Door subtractieve kleurmenging ontstaat de gewenste kleur. Zie ook RGB.
Color model
een set van wiskundige waarden gebruikt door computers om kleuren te vertegenwoordigen. Terwijl diverse color models bestaan zijn de meest bekende modellen de CMYK, HSB en RGB kleur modellen zijn.
complementary color
de corresponderende kleur van de aanwezige kleur. De kleuren cyan, magenta en geel zijn, als voorbeeld, de complementary colors van rood, groen en blauw. Mengen van een kleur met zijn comlementary color geeft de kleur wit.
composite image
een image gemaakt door het combineren van twee of meer images in een image editing programma. Bij morphing, verwijst een “composite image” naar de combinatie van een start- en eind- image op een gegeven moment van morphing.
compression
elke methode gebruikt om de grootte van een image te verkleinen. Er zijn twee categorieën van comprimeren: “lossless” en “lossy”. Lossless compression reduceert de bestandsgrootte zonder enig data verlies. Lossy compression daarentegen verwijdert data gedurende het comprimeren en kan leiden tot een merkbare achteruitgang van het bestand.
compressie methoden
De standaard voor compressiemethoden wordt beheerd door de Moving Pictures Expert Group. MPG-1 wordt toegepast bij video-CD’s. Aantal beeldpunten is meestal teruggebracht tot 352 x 288; een kwart van het oorspronkelijke aantal. Elk apart frame wordt gecomprimeerd. Van een blok pixels worden de blokken met gelijke kleur of helderheid vastgelegd. Data rate is constant, tot 1,5Mb/s. MPG-2 meer complexe methode, waarbij van een aantal (meestal 13) frames alleen de verschillen tov een basisframe (volledig beeld) worden opgeslagen. De kwaliteit van mpeg2 is afhankelijk van de bron / kwaliteit van het materiaal én van de datarate. MP3 (eigenlijk mpeg-2 layer 3) wordt uitsluitend gebruikt voor audio-compressie
contrast
het verschil tussen lichte en donkere waarden in een image. Hoge contrast resulteert in scherpe overgangen van wit naar donker, terwijl lage contrast een meer subtiele overgang geeft.
control line
een lijn die twee control points verbindt wanneer een pad voor animatie-reeks wordt aangemaakt of bewerkt (bijvoorbeeld een moving path)
control points
punten die gebruikt worden tijdens het monteren van effecten of animaties om het startpunt, tussenpunt of eindpunt aan te geven of de waarden.
Cropping
het gedeeltelijk verminderen van het zichtbare beeld. Bij het monteren is door het weghalen van lijnen aan boven- en/of onderzijde en aan de linker en/of rechterzijde beeldpunten het beeldkader aan te passen.
data transfer rate
Overdrachtsnelheid bij het kopieeren van het ene naar het andere medium.
data type
een digitale aanduiding gebruikt bij computers om bij een
image de omvang te beschrijven van de kleur informatie (in bits). Ulead programma’s lezen en schrijven de volgende data types: Black&White, Grayscale, Indexed 16 en 256-Color, RGB True Color en CMYK True Color.
datarate
Gegevens doorvoer uitgedrukt in megabits per sec (Mb/s).
de-interlaced
het samenvoegen van de even en oneven beeldvelden. Met de-interlaced wordt het beeld scherper weergegeven. Zie ook interlaced.
dialog box
elke box waarin een software applicatie voorziet voor de invoer door de gebruiker. In het algemeen hebben
dialog box ook de knoppen OK en Cancel.
digital
In het algemeen gebruikt als tegengestelde van “analog”. Een methode van gegevens omslag die door computers gelezen kan worden. Data is “digitized” door de analoge signalen om te zetten in een numerieke waarde.
DV (Digitaal Video)
kenmerk 25 frames per seconde, 720 beeldpunten op 576 lijnen, 48kHz stereo audio. De door de CCD gemeten waarden worden omgezet in digitale waarden. Deze waarden worden standaard 5 : 1 gecomprimeerd tot native DV . Dit geeft een datastroom (data transfer rate) van 3.700kb/s.
Zie ook analoog video.
DVCAM
gekenmerkt door vastgelegd het DV-signaal op een breder en sneller bandspoor; bij DVCAM 50% bredere en een 30% hogere bandloopsnelheid dan bij standaard DV. Hierdoor wordt de kans op drop outs sterk verkleind. Er worden grote cassettes gebruikt met langere opnameduur. Tevens hebben de DVCAM-camera’s grotere CCD’s (1/2 of 2/3 inch) en is de audio uitrusting van het XLR-type.
DV-IN
aansluiting op camera’s waarmee deze ook een extern videosignaal kan recorden. Hiermee wordt de camera een ‘camcorder’ (camera-recorder). Bij een DV-IN camcorder zijn ook de analoge video- en audio-ingangen beschikbaar. (hierop kan bijvoorbeeld een (s)VHS-recorder aangesloten worden. Om extra douane accijns te voorkomen is bij enkele typen camcorders deze mogelijkheid elektronisch geblokkeerd.
dithering
methoden die gebruikt worden om te laten lijken dat images meer kleuren bevatten dan zij inhouden bij hun eigen data type; ze zijn het merkbaarst bij simuleren van bijna-doorlopende veranderingen in toon (gray shades) in zwart en wit images. Dithering werkt door het rangschikken van pixels van verschillende dicht bij elkaar liggende kleuren, willekeurige kleuren of in patroon liggende kleuren.
dots per inch (DPI)
een maateenheid voor de resolution dat het aantal van punten op een lijn aangeeft dat een scherm of printer kan afdrukken
DVD
Digital Vesatile Disc (“veelzijdige digitale schijf”). Films van diverse compressiemethoden toegestaan: mpg-1 of mpeg-2. Maximale datarate mag niet hoger zijn dan 10,08 Mbit per seconde.
DVD 5 werkelijke capaciteit 4,7 GB op 1 laag, eenzijdig
DVD 9 werkelijke capaciteit 7,9 GB op 2 lagen, eenzijdig
DVD 10 werkelijke capaciteit 8,74 GB op 1 laag, tweezijdig
DVD 18 werkelijke capaciteit 15,8 GB op 2 lagen, tweezijdig
editing
mo
tere
van video-materiaal
EDL (Edit decision list)
een lijst van alle clips en overgangen gebruikt in een video project in een videomontageprogramma.
EDL’s identificeert elke positie van de clip, de mark in en mark out tijden en elk effect of overgang die bij die
clip zijn gebruikt.
file format
wiskundige waarden door computers gebruikt om een bestands type te beschrijven.
image, audio en tekst data bijvoorbeeld worden in een verschillend file format opgeslagen.
filter
speciaal effect dat de kleur waarde van pixels in een image veranderd, maar niet zijn plaats. Bijvoorbeeld, een Sharpen filter verhoogt het contrast tussen aangrenzende pixels, terwijl een Blur filter het contrast verlaagt.
flick
Speelt frames gespecificeerd in de Flick Options dialog box. Definieer een rechthoekig gebied om alleen dat gedeelte van de frames af te spelen en om het gedeelte buiten het geselecteerde gebied vast te zetten, of om te selecteren de gehele frame te zien.
frame
een enkele image in een video of animatie-reeks.
frame rate
het aantal frames captured of getoond per seconde in een video en animatie-reeks.
frame size
de grootte van getoonde images in video of animatie-reeks. Als een image bestemd voor de volgorde groter of kleiner is dan het huidige frame dan moet de grootte worden aangepast.
GOP (Group Of Pictures)
bij het MPEG-formaat wordt in een groep (meestal 13) opeenvolgende beelden/frames steeds één beeld (het i-frame) geheel gecomprimeerd en van de volgende beelden (p-frames) alleen de veranderingen ten opzichte van dit i-frame.
HDV (High Definition Video)
de opvolger van DV, gekenmerkt door breedbeeld 1920 beeldpunten op 1080 beeldlijnen (aspect ratio van 16 : 9).
Zie ook uitgebreid artikel op www.nonlineair.nl. onder ‘PRODUCTNIEUWS’.
graphics file
een bestand waarvan de data grotendeels is samengesteld uit vector graphics. Vector graphics hebben geen basis component, zoals een pixel, maar worden aangeduid als lijnen tussen punten en de opvulling tussen lijnen .
grayscale
een image data type dat een maximum aan 256 beschikbare grijswaarden bevat: 254 grijsschalen plus zwart en wit, of alle 256 grijswaarden.
halftoning
een algemene vorm van dithering dat wordt gebruikt om met patronen van zwarte en witte pixels grijsschalen te maken.
HDV
(High Definition Video) Kenmerk 25 frames per seconde, 1920 beeldpunten op 1080 beeldlijnen.
HiColoreen 16-bit im type dat tot 65.536 kleuren kan bevatten. Het TGA file format
hue
een beschrijving van een kleur variërend van rood, groen, blauw, etc. De HSB color model meet 360 graden van hue beginnend vanaf rood.
image
een digital beeld dat een verzameling dots, of pixel gerangschikt op een pagina, scherm of print toont.
Indexed Color
een color model dat een set of index, van unieke waarden bevat toegewezen aan elke kleur of schaduw in een image. Deze index informatie kan opgeslagen worden in 4 bits (16 kleuren), 8 bits (256 kleuren).
interlaced
een frame is opgebouwd uit een veld van even lijnen en een veld van oneven lijnen. Bij editing worden de velden ook aangeduid als ‘upper field’ en ‘lower field’; of als ‘odd’ en ‘even’.
jaggies
karakteristieke jagged hoeken die verschijnen rond de hoeken van bitmapped objecten en tekst; ook wel “aliasing” genoemd.
key color
een kleur of kleuren reeks in een image (bijvoorbeeld) doorzichtig gemaakt tijdens een overlay effect om een ander beeld er door heen te laten zien.
LANC
aansluiting op videoapparatuur zoals camcorders en videorecorders waarmee deze onderling zijn aan te sturen. Er wordt een 2,5 mm stereo jackplug aan beide einden van het snoer gebruikt.
lineair editing
het monteren van video met twee of meer recorders. Er is alleen aaneenrijgende (kop- staart) montage mogelijk. Tussenvoegen van een shot is niet mogelijk zonder alle volgende shots er weer achter te kopiëren.
lossless compression
een compressie type dat de bestands grootte verminderd zonder verlies aan data. Compressie is exact omkeerbaar.
lossy compression
een compressie type dat tijdens compressie data verwijdert, wat een lichte achteruitgang van het bestand tot gevolg heeft. Compressie is niet exact omkeerbaar.
luminance
een beschrijving van hoe helder een image is; ook wel aangeduid als brightness. De twee uitersten van luminance / brightness zijn zwart en wit: zwart vertegenwoordigt 0% brightness, terwijl wit 100% brightness vertegenwoordigt.
LZW compression
een populaire compressie methode dat dikwijls bij image data wordt gebruikt.
mark in / mark out
de start en eind tijd codes die aangeven vanaf waar en tot waar de clipdelen in een video project worden ingevoerd.
marquee
de geanimeerde rand die verschijnt rond een geselecteerd gebied wanneer een selectie wordt gemaakt of een mask wordt toegepast.
mask
een geselecteerd gebied dat gebruikt wordt om een deel van een image gedurende de montage te isoleren. Bij het gebruik van een mask kun je delen van een image beschermen tegen ongewenste veranderingen.
matte
een image of video bestand dat gebruikt wordt als een sjabloon in overlay effecten om een gebied te isoleren waarbinnen een ander image bestand doorheen kan verschijnen.
MCI (Media Controller Interface)
een software besturings programma ontworpen door Microsoft om audio en video bestanden te kunnen afspelen in Windows. MCI apparaten kunnen dus ook videorecorders en laser disk players aansturen vanaf de computer.
morphing
vervormen van het ene image in een ander
native DV
Digitaal Video materiaal niet verder is gecomprimeerd dan de oorspronkelijke compressie 5:1, met behoud van de oorspronkelijke eigenschappen, zoals 720 x 576 beeldpunten en 48kHz stereo audio.Kan wel bewerkt zijn in montageprogramma’s. 1 uur native DV vergt 13 GB opslag.
NLE (Non-Lineair Editing)
methode van video monteren, waarbij de shots tussengevoegd kunnen worden zonder het eerdere gemonteerde opnieuw te moeten invoeren. De shots hoeven niet opvolgorde van presentatie ingevoerd te worden.
NTSC (National Television System Committee)
een video standaard van 30 frames per seconde, ontwikkeld door de organisatie die de standaards voor televisie en video in de Verenigde Staten vaststelt. Standaard beeldformaat
object tool
een unieke mogelijkheid van Ulead Image Editor dat een snelle opslaan en opzoeken van images, masks, en geselecteerde delen toe staat om deze in meervoudige images te gebruiken.
onionskin option
Definieert de reeks frames waarop de oninonskin laag moet worden toegepast. Stel een hogere waarde voor transparantie in om elke frame helderder verschijnt. Specificeren van hoeveel frames vóór en ná een actief frame creëert de reeks voor de toepassing van de Onionskin laag.
overlay
het proces van rendering met een transparant deel van een image dat een tweede image zichtbaar wordt in het transparante gebied.
package
groeperen. Kopiëren of verplaatsen van alle bestanden in het huidige project naar een speciale map. Een dialog box geeft de mogelijkheid om de map aan te duiden waar de bestanden die in het project worden gebruikt naar toe te verplaatsen of te kopieren. Door groeperen van de bestanden is er een betere beheersing om alle betrokken bestanden bij elkaar te houden.
PAL (Phase Alteration Line)
een video standaard van 25 frames per seconde dat gebruikt wordt in delen van Europa. Met 576 zichtbare lijnen (van 625 lijnen per beeld).
PCM (Pulse-Code Modulation)
Digitale voorstelling van analoog signaal. De signaalgrootte wordt op regelmatige tijdstippen bemonsterd en uitgedrukt in een binaire code. Zie bit.
pitch trim
aansluitend trimmen; bij het trimmen van een clip schuift deze clip vanzelf aan bij de voorgaande clip.
pixel
de kleinste eenheid in een image, soms aangeduid als ”dots”. Computer images bestaan uit rijen van pixels, waarvan elk een verschillende kleur kan hebben. Normaal kan men geen individuele pixels waarnemen, maar alleen een verzameling pixels in een image.
prime colors
de kleuren die de basis vormen van het RGB color model : rood, groen en blauw. Door variëren van de menging van deze kleuren is elke andere kleur mogelijk.
Progressive scan
Elke frame is opgebouwd uit twee beeldvelden: de even en oneven lijnen.
Bij progressive scan worden deze beeldvelden tegelijk gelezen en weergegeven. Met name bij snelle beeldwisselingen of bewegingen blijft het beeld scherper.
proxy file
een lage-resolution kopie van een video of image bestand waardoor tijdens het doorrekenen van de preview de eisen aan het computer systeem worden verlaagd.
raster
een image gemaakt op basis van een verzameling dots of pixels gerangschikt in rijen.
renderen
het uitrekenen van een (deel) in een videomontage waarna dit pas kan worden afgespeeld. De rendertijd is afhankelijk van de complexheid van het montagedeel (zoals overgangen, videofilters), van de configuratie van het systeem (zoals capaciteit van de rekenmoduul, de hoeveelheid intern geheugen, gebruik van een of twee harde schijven) en van het montageprogramma (software).
resolution
de getoonde grootte van individuele pixels welke, op hun beurt, de fysieke grootte van een bestand (afgedrukt of getoond) aanduidt. Resolution wordt aangeduid in pixels per inch (ppi) of in dots per inch (dpi).
ripple editing
Een ripple edit beinvloedt alleen de lengte van de clip die u bewerkt. Het project duurt dus langer of korter.
RGB (Red Green Blue)
Kleurcoderingssysteem op basis van de drie primaire kleuren. Door additieve kleurmenging ontstaat de gewenste kleur. Per kleur uitgedrukt in een waarde tussen 0 en 255.
RLE (Run Length Encoding) compression)
een image compressie dat de bestands grootte verkleint door het vaststellen van zich herhalende informatie in een bestand. Deze compressie methode is het beste te gebruiken bij bestanden met grote delen met dezelfde kleuren of patronen.
sample frequence; sample rate
Bemonsteringsfrequentie is heet aantal bepalingen van de waarde van het geluidssignaal. Bij CD-kwaliteit is dit 44 kHz per seconde; bij DV is dit 48 kHz/sec. Bij muziek DVD’s wordt 192 kHz toegepast.
Saturation
de mate van zuiverheid van een kleur. Een kleur met een hoge saturation lijkt zeer intens en sterk; een kleur met een lagere saturation lijkt uit gewassen.
Scherptediepte
is het verschijnsel waarbij voorwerpen die dichterbij of verder weg liggen dan het voorwerp waarop scherp is gesteld, onscherp weergeeft. Handmatig is het mogelijk scherp te stellen op het vlak dat scherp of juist onscherp moet zijn. De scherptediepte is ook afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar licht (diafragma instelling) en de sluitersnelheid en filmgevoeligheid. Bij videocamera’s is ook handmatig de scherptediepte aan te passen.
shot
een doorlopend stuk film tussen het activeren van de opnameknop en het deactiveren.
steady shot een systeem in videocamera’s dat kleine handbewegingen van de camera stabiliseert. Bij een optische steady shot worden de bewegingen met beweegbare lensdelen verwerkt. Bij een digitale steady shot wordt alleen een deel van het beeld opgeslagen, in de rest van het beeld zijn de bewegingen verwerkt. Door het verminderde aantal opgeslagen pixels vermindert de beeldkwaliteit. Een 800.00 Pixel CCD wordt hierdoor een 480.000 pixel CCD.
stitch trim
Hechtend/ aaneensluitend trimmen; bij het trimmen van een clip sluiten de volgende clips vanzelf aan om het ontstane gat op te vullen.
template
sjabloon
time code
een tijd waarde die de positie van een clip in een video volgorde aangeeft met betrekking een start punt, meestal het begin van een video project (in een digital format) of bron tapes (in een analog format). De standaard aanduiding is uren: minuten: seconden: frames.
transition
Een overgang in een videomontage van twee opvolgende shots. De bekendste is een overvloeier (cross fade).
trimmen
Begin- en eindpunt van een filmclip aanpassen; het originele materiaal wordt hierbij niet veranderd. Zie ook pitch trimmen, riple trimmen en stitch trimmen,
true color
een graphic file format dat 24 bits kleur informatie bevat, 16,7 miljoen kleuren dekkend of fotokwaliteit.
vector graphics
een bestand waarvan de data grotendeels is samengesteld uit vector graphics. Vector graphics hebben geen basis component, zoals een pixel, maar worden aangeduid als lijnen tussen punten en de opvulling tussen lijnen .
VGA (Video Graphics Adapter)
een standaard video grafische mode dat in een scherm resolution van 640 x 480 pixels voorziet en toont 16 kleuren.
viewfinderde elektronische zoeker op een camera. Deze kan in zwart/wit of in kleur uitgevoerd zijn.
VideoCDEen standaard voor het vastleggen van video op een CD met MPEG-1 compressie.witbalans
een systeem in camera’s om wit licht de juiste eigenschappen te geven. De andere kleuren krijgen daardoor een natuurgetrouwe weergave. Bij een aanwezige handinstelling is te kiezen voor opnamen bij, dag- en kunstlicht, of voor een ‘hold’ instelling. Hierbij wordt eerst de camera ingesteld (‘gewit’) op een stuk wit papier in de opnameplaats.
Bovenstaaande informatie is beschikbaar gesteld door dhr. T. Houben.
Klik hier om naar de startpagina van Cybershooting.NL te gaan.




